Kijkend naar mijn werk – zesde zomerblog

De rij boeken in mijn Billy’s boekenkast dan zie ik daar toch een groot deel van mijn leven weerspiegeld. Elk boek heeft de vingerafdruk van de tijd waarin het bedacht en geschreven is. Mijn eerste roman De Wintertuin schreef ik in 1994/1995.

Dat is wel dik twintig jaar geleden, ik was net veertig en wou het zo graag, een roman schrijven, maar ik wist niet of ik het kon. Het moest geen driestuivers romannetje zijn, je moest er iets aan hebben. Iets om over na te denken of over te piekeren. Het moest je ook optillen, ruimte geven en het gevoel dat je gezien bent, in je kleinheid, je worsteling, in je moed en in je angst.

Nog steeds ligt ieder boek van mij langs die meetlat. Ik wil optillen, omdat ik zelf opgetild wil worden. De schrijver en de lezer warmen zich aan hetzelfde vuur.

Vogelvlucht is mijn tiende roman, dat komt omgerekend op ruim twee jaar per boek. De een zal zeggen ‘wat lang’, de ander zal het juist lekker snel op elkaar vinden.

Als schrijver ben je min of meer afhankelijk van de potentie van je verhaal. Als het verhaal maar genoeg belooft en zich steeds opnieuw openvouwt in een nieuwe ontwikkeling, dan blijf je vanzelf gretig. Dan is het schrijven een ontdekkingsreis door een fictieve wereld.

Ja, natuurlijk kost het schrijven veel energie en inzet, je leeft als het ware in twee werelden, want naast het avontuur in je hoofd moet het dagelijks leven ook doorgaan. Je kunt niet zeggen: ‘ik had geen tijd om te koken, te poetsen of om op te passen, want ik zat in een zelfbedachte wereld.’ En ik zeg geen nee tegen een gastcollege, een vrouwenochtend of een middagje verhalen vertellen aan een groep ouderen. Want mensen ontmoeten vind ik gewoon heerlijk!

Als je schrijver bent, moet je kunnen multitasken. Als schrijver reageer je ook binnen je omgeving vanuit twee werelden. Ik kan weleens tijdens een kerkdienst luisteren met de oren van mijn hoofdpersoon. ‘Zo Matthy, die preek had jij nodig!’ En in de rij voor de een of andere kassa kan het zijn dat ik aan het ongeduld om mij heen een nieuwe scene voor mijn boek overhoud. En omgekeerd, als mijn hoofdpersoon in een dip zit, dan loop ik hier thuis niet te fluiten. Het is een levenshouding geworden: ik loop rond met twee brillen op. Ervaringen die in mijn verhaal passen, klikken als legosteentjes vast, voor als ik straks weer achter de laptop zit.

Het blijft een wonderlijk beroep, het schrijvers vak. En als ik een nieuwe roman voor het eerst in handen krijg, dan zeg ik nog steeds verbluft: ‘Waar is dat nou vandaan gekomen?’

Het voelt goed om te denken dat er een opdracht achter zit. Iets wat je zoveel inzet en energie kost, en waarbij je zo vaak omhoogkijkt, verzin je misschien niet helemaal zelf.

Joke Verweerd

(Vogelvlucht verschijnt eind september 2016. Je kunt het hier al reseveren)

Geef een reactie