Joke Verweerd
Op de huid

Inhoud
Renske treft Peer, haar geliefde, dood aan op de trap naar de keuken van Parmentier, het restaurant waar beiden werken. Kroeze onderzoekt de zaak – het restaurant begint na Peers dood ook minder goed te lopen. Renske solliciteert op een vacature in het vakblad in Spank – de omgeving waar ze op vakantie ging met haar ouders, en waar ze met haar vader droomde over kasteelkamers waar het rustig, geborgen en goed toeven is.
Omdat ze in bezit is van alle benodigde papieren heeft zij de baan snel binnen. Ze krijgt de leiding bij Groot en Klein Mangelhout, alwaar ze verantwoordelijk is voor de opzet van een zorghotel (Groot) – en de dagelijkse gang van zaken in het restaurant (Klein). Renske beschikt over tact, en weet ook restaurantmedewerker Wijnand (die een Van Weerselo is, de familie die al heel lang het landgoed Mangelhout in bezit heeft) te motiveren. Dat spreekt niet vanzelf door de niet altijd even goede familieverhoudingen van de Van Weerselo’s.
Ondertussen blijft Kroeze de zaak Peer vasthoudend onderzoeken en volgen. Renske is gesloten over de gebeurtenissen in haar nieuwe werkomgeving; als Kroeze op de stoep staat van Klein Mangelhout kan Renske er echter niet meer omheen. De confrontatie met de werkelijkheid van Peer – komt langzaam onder haar huid vandaan. Ze moet accepteren dat de beperkte liefkozingen soms van zijn kant niet te maken gehad hebben met haar, maar met de dubbelrol die hij speelde. In Kortrijk zit Rosalie, zijn vrouw, met hun zoon Peerke, en bovendien is er sprake van een samenwerking die met wit zakendoen niets te maken heeft. Na de begrafenis van Peer neemt Rosalie via e-mail contact op met Renske. Uiteindelijk leidt dat ertoe dat rond de opening van Groot Mangelhout de pc uit Renskes huisje wordt ontvreemd – en tegelijk dat Kroeze de grote vangst kan doen door het criminele zaakje op te rollen.
Renske bereikt waarnaar ze heeft verlangd, in de dromen met haar vader, in haar nieuwe baan – en laat zelfs de bos bloemen van haar moeder onuitgepakt staan. Ondertussen groeit er iets tussen haar en Wijnand - waarbij de eerste zoen onverwachts komt, en de gesprekken daarna voorzichtig aan te maken krijgen met elkaar innerlijke ervaringen.
Intussen is er meer van de familieverhoudingen tussen Hein (vader van Wijnand) en Clara (tante van Wijnand) voor Renske helder geworden. Ze trekt naar de kerk, en naar de hof ernaast. Ze is niet eens verbaasd als Wijnand er is. Vallen en opstaan – de adelaarsvleugels uit Jesaja daarover gaat het gesprek – in beider levens.
Zie www.jokeverweerd.nl voor meer informatie over de auteur.
De pers over Op de huid:
‘Verweerds kracht ligt opnieuw in de herkenbare manier waarop zij haar personages karakteriseert.’ – Reformatorisch Dagblad

Gespreksvragen
1. De titel van de roman lijkt eerst nogal plat te worden uitgewerkt in een recept in de keuken van Parmentier. Zalm op de huid gebakken. Er spelen echter veel meer huid-principes een rol in de roman. Als u ze met elkaar op een rijtje zet, en vergelijkt, wat betekent dat voor uw inzicht in de roman, en in het leven? Welk effect heeft dit op u als lezer?
2. Het verlangen naar geborgenheid is een authentieke menselijke behoefte. Toch lijkt het erop dat Renske zich wel erg afhankelijk opstelt van wat de ander bieden wil, in eerste instantie met name Peer. Hoe herkenbaar is dit, en slaagt Renske erin hierin ‘losser’ te worden?
3. Renske houdt er niet van kwetsbaar te zijn, handelt dan ook vooral. Wijnand stoort zich hier niet aan, en treed vanaf het begin beschermend en zorgzaam op. Het lijkt erop dat Renske er eindelijk in slaagt zich gewonnen te geven. Het is interessant deze lijn na te gaan en te bediscussiëren. Wat zorgt er in dit leven voor dat we iemand alsnog ons vertrouwen geven, wanneer we verraden en beschadigd zijn?
4. a. Hoe speelt de arend een rol in het verhaal, en in hoeverre is het gedicht van Oosterhuis (p. 329) een flashback naar eerder gebeurtenissen in het verhaal?
b. Herkent u deze draagkracht?
c. Hoe helpen de woorden ‘geworpen’ en ‘ondervangen’ Renske te komen tot acceptatie van haar verhaal? Kunt u hier iets mee, in relatie tot uw eigen leven?
Die mij droeg op adelaarvleugels,
die mij hebt geworpen in de ruimte,
en als ik viel,
mij ondervangen
met uw wieken en weer opgegooid,
totdat ik vliegen kon op eigen kracht.
Huub Oosterhuis
5. Wijnand blijkt ook een geheim te hebben, dat zeker in relatie tot Renske onverteerbaar moet zijn (p. 369). Herkent u de schaamte en het effect in de houding van Wijnand, wanneer u zich het verhaal herinnert. Het respect van Renske neemt toe. Is dat eerlijk, en hoe gaat u met dit soort zaken om? Bekijk de zaak uit het perspectief van beide personen!
6. Misschien mag in de roman ‘bescherming’ van de ‘Vader’ gezien worden uitgewerkt in inspecteur Kroeze, de natuurlijke vader, wellicht ook in Hein en in ergens ook in Wijnand. Hoe doet Verweerd dit, is dit overtuigend en raakt het ook aan uw eigen geloofsbeleving?
7. Clara van Brederode en dokter Prinsen, twee mensen met gebroken levens. Hoe speelden rangen en standen nog een rol in het Nederland van de jaren vijftig, en zijn die belemmeringen er nog steeds in de verzuiling van de kerken? Hoe kijkt u hier tegenaan, is hier een rechtvaardiging voor deze weerstanden of geeft de roman een eye-opener om anders hiermee om te gaan?
8. Renske Hofstra en Clara van Brederode lijken in zekere zin op elkaar. De afstandelijke houding wordt doorbroken door liefde en zorg. Hoe herkenbaar is dit, en helpt het u ook als u dit soort trekken bij uzelf en/of uw naasten herkent u open te stellen voor deze vorm van genade?
9. Rosalie (de dame uit Kortrijk-België) doet de uitspraak ‘geluk is wat je er zelf van maakt’. Hanna, een medewerker in Klein Mangelhout, stelt hiertegenover dat ‘geluk je toevalt in de kleine dingen, dat dat genade is’. Hoe werkt dit uit op Renske, en in welke uitspraak herkent u zichzelf het meest?
© Anna Snoei, 3 november 2006
